Algemeen

De tamme rat stamt af van de bruine rat (Rattus norvegicus).
Oorspronkelijk een rattensoort uit Centraal-Azië die zich via handelsroutes enkele eeuwen geleden in Europa heeft gevestigd. In Nederland weet de bruine rat zich goed staande te houden en vormt soms ware plagen in stedelijke gebieden vanwege het grote aanbod aan voedsel en geschikte plaatsen om zich voort te planten.

Aan het einde van de 19e eeuw werd de bruine rat ook populair als huisdier. Inmiddels is de soort in gevangenschap volledig gedomesticeerd en zijn er veel verschillende variëteiten gefokt. Deze zijn nog steeds van dezelfde soort maar er zijn grote verschillen ontstaan in kleur, bouw, haarstructuur en tekening. Alle variëteiten kunnen gewoon samen gehouden worden.
Ratten behoren tot de familie van de Muridae (muisachtigen).

Vrouwtjes zijn kleiner en beweeglijker dan de mannetjes. Een volwassen vrouwtje weegt gemiddeld tussen de 250 en 400 gram, een volwassen mannetje tussen de 300 en 700 gram.
Een tamme rat wordt gemiddeld 2-3 jaar oud. Ouder is echter geen uitzondering. Er is zelfs een recordleeftijd van bijna 6 jaar bekend!


Naaktratten

Naaktratten doken voor het eerst op in laboratoria als spontane mutatie. Deze mutatie duikt bij veel dieren op (naakthond, naaktkat, naaktmuis, naaktcavia) maar heeft geen overlevingskansen in de natuur. Deze naakte dieren worden dan ook voornamelijk in gevangenschap aangetroffen. Daarna is men met deze dieren gaan fokken om er allerlei huidproeven mee te doen. Al snel belandde de naaktrat in de rattenfokkerswereld en werd het een trendy verschijning.
De huid (en dus ook de haren) is het grootste orgaan van de rat en heeft belangrijke functies. Bij naakte dieren zijn deze functies ernstig verstoord.
De belangrijke functies van haren zijn:

  • Isolatie (koude- en warmteregeling)
  • Bescherming tegen huidbeschadigingen door nagels en tanden (bijvoorbeeld ten gevolge van stoeipartijen en wilde achtervolgingen)
  • Bescherming tegen huidparasieten, uitdroging en UV-straling
  • Communicatie
  • Tast (snorharen en wimpers)

Het ontbreken van een vacht zorgt ervoor dat de verzorging van naaktratten nogal afwijkt van zijn harige soortgenoten.

  • Doordat naaktratten zichzelf minder goed warm kunnen houden, kunnen ze het best gehouden worden rond een temperatuur van 24 graden Celsius. Daalt de temperatuur onder de 24 graden Celsius dan worden de dieren inactief om zoveel mogelijk energie te sparen. Om warmteverlies te beperken zal de doorbloeding van de huid sterk verminderen. Hierdoor verkleuren ze naar een lijkwitte tint i.p.v. hun gezonde babyroze kleur.
  • Vanwege hun kwetsbare huid moeten de nagels van de dieren (en hun kooigenootjes) regelmatig gevijld worden om te verkomen dat ze met hun scherpe nagels zichzelf of anderen openkrabben. Een ruwe steen (bijvoorbeeld een stoeptegel of een baksteen) als ondergrond slijt de nagels op een natuurlijke manier af.
  • Regelmatig insmeren met een niet-giftige en ongeparfumeerde babyolie of bodylotion voorkomt het uitdrogen van de huid. Controleer de dieren regelmatig op huidparasieten en wondjes. De wondjes infecteren veel sneller omdat vuiligheid makkelijker de wond binnen kan dringen. Alle naakte dieren (en dieren met een witte vacht) zijn erg gevoelig voor zonnebrand en huidkanker. Het is (überhaupt) niet verstandig om dieren in de zon te zetten i.v.m. een zonnesteek of uitdroging.
  • Doordat de naaktrat geen vacht heeft, is het heel moeilijk te zien wat de stemming van het dier is of dat het dier ziek is. Geïrriteerde dieren en/of zieke dieren zetten de vacht namelijk rechtop, het zogenaamde ‘egelen’. Gevolg is dat naaktratten nogal moeilijk te ‘lezen’ zijn, voor zowel kooigenootjes als het baasje, en erg onvoorspelbaar kunnen reageren. Ook kan een ziekte hierdoor te laat ontdekt worden.
  • Door het ontbreken of vervorming van de tastharen zoals wimpers, snorharen en wenkbrauwen, zijn de reflexen van naaktratten niet zo vlug als van dieren die deze haren wel bezitten. Gevolg kan zijn dat de rat te laat zijn ogen sluit wanneer er een andere rat over zijn kop klimt en zo een oogbeschadiging oploopt. De tastharen kunnen zo gaan krullen dat ze gaan ingroeien in de ogen. Het regelmatig bijknippen van ‘lastige’ haren is dan ook wel zo verstandig.

Naaktratten leven vaak beduidend korter dan hun harige soortgenoten. Soms halen ze maar nèt de anderhalf jaar. Gelukkig realiseren zich veel rattery’s en fokkers de nadelen van een haarloos rattenleven en wordt er beduidend minder mee gefokt.


Staartloze ratten

Staartloze ratten doken voor het eerst op in laboratoria. In de vrije natuur komt deze mutatie niet voor omdat staartloze ratten nagenoeg geen overlevingskansen hebben. Er zijn twee verschillende mutaties bekend die staartloosheid veroorzaken. Het gaat om de Tal en St genen.
In de jaren ’40, ’70 en ’80 heeft men (Hoshino, Spiers, Schaid, Radcliffe en King) grote diverse onderzoeken gedaan naar de gevolgen en de oorzaken van genetische en aangeboren of later verkregen staartloosheid (na een staartamputatie).

Bij de Tal mutatie is er sprake van een lethale factor dat wil zeggen dat als embryo’s dubbel drager zijn van het dominante Tal-gen de embryo’s tussen de 9e en 10e dag van de zwangerschap sterven. Dragen ze een dominant en een recessief Tal-gen dan worden ze staartloos. Jongen die een enkel Tal-gen dragen hebben gewoon een staart maar kunnen dus later wel staartloze jongen verwekken als de andere ouder ook het Tal-gen in zich heeft. Hierdoor kan het gen ongemerkt worden doorgegeven en later ineens opduiken.
Het St-gen zorgt bij ratten ook voor staartloosheid. Als echter de jongen drager zijn van 2 St-genen dan sterven ze bij de geboorte. Alleen jongen met een enkel St-gen zijn levensvatbaar. Deze mutatie is in labaratoria inmiddels uitgeroeit.

Door een rattenstaart lopen grote aders die een belangrijke rol spelen om overtollige lichaamswarmte af te staan. Staartloze ratten lopen groter risico om oververhit te raken, ze kunnen hun lichaamstemperatuur niet snel genoeg omlaag krijgen, zonder ingrijpen van de mens. Een rat sterft snel bij oververhitting als er niet wordt ingegrepen.

Bij de (genetische) staartloze variëteit van de rat treden bovendien vaak vervormingen van het bekken en onderste ruggewervels op (scoliose). Hierdoor kan het meerendeel van staartloze rattenvrouwtjes niet op de natuurlijke manier bevallen en zal een keizersnede toegepast moeten worden.

Ook vormt de staart een belangrijke rol in het houden van het evenwicht/balans. Ratten die staartloos geboren worden hebben een minder goed gevoel voor balans maar kunnen daar vaak verbazingwekkend mee om leren gaan. Bij ratten die hun hele leven een staart hebben gehad maar deze door een amputatie ineens moeten missen is heel duidelijk te merken dat ze hun balans kwijt zijn en daar echt opnieuw mee moeten leren leven.

Veel rattenliefhebbers, rattery’s en fokkers zien gelukkig in dat een staartloze rat een ernstig gehandicapte rat is. Er wordt in Nederland dan ook niet veel mee gefokt en is ook niet een erkende variëteit op shows.