Voortplanting

Nest De cyclus van een rat is 4 tot 5 dagen en houdt in dat ze eens in de 4 á 5 dagen een dekking toelaat. Door een mannetje in de buurt van het vrouwtje te plaatsen kan de bronst opgewekt worden. Vrouwtjes die apart van mannetjes leven worden zelden bronstig. De draagtijd van een tamme rat is ongeveer 21 dagen. Direct na de bevalling kunnen ze weer gedekt worden en dus ook zwanger raken. Ze krijgen 6 à 18 jongen die ze 21 dagen zogen. Ze worden kaal, doof en blind geboren (nestblijvers). De ogen gaan tussen de 15-20 dagen open. Als ze 4 weken oud zijn kunnen ze van de moeder gescheiden worden. Tamme ratten zijn op de leeftijd van 4 tot 6 weken geslachtsrijp. Met 8 maanden is een rat volwassen. Een mannelijke rat kan op een leeftijd van 3-4 maanden gecastreerd worden.

Handmatig grootbrengen van moederloze ratjes

Soms komt het voor dat er moederloze ratjes worden gevonden of dat het moederdier overlijdt. Dan kan men overgaan tot flessen.

Flessen is echter een tijdrovend karwei. Je hele dagindeling zal er door bepaald worden. Je bent er gemiddeld 6 tot 10 uur per dag mee zoet. Is dat niet mogelijk, dan is het diervriendelijker om de jongen te laten euthanaseren.
Flessen is een laatste optie, eerst dient er gezocht te worden naar een andere moederrat die rond dezelfde periode jongen heeft gehad. Immers echte moedermelk is beter dan kunstmelk. Tamme ratten accepteren vreemde jongen meestal erg goed. Dus als er een surrogaatmoeder te vinden is verdiend dat de aanbeveling. Houdt er wel rekening mee dat een rat maximaal 12 jongen met succes kan grootbrengen. Meer tepels heeft ze niet.

Er zit een groot verschil tussen het grootbrengen van tamme en wilde moederloze ratjes. Hieronder kun je de handleidingen downloaden.

Domesticatie en inteelt

De tamme rat is in hoge mate door ons veranderd en gevormd. Door de domesticatie zijn het uiterlijk en het gedrag zeer ingrijpend veranderd. Zo zijn er niet alleen verschillen in haarstructuren ontstaan (normaal, naakt en rex) maar ook in tekening (Japanner, siamees, husky etc.) en kleuren (zwart, agouti, albino, geel etc) en in bouw (dumbo en staartloos).
De albinovorm van de bruine rat werd aan het eind van de vorige eeuw tot op heden zeer populair als proefdier. Alle hedendaagse lijnen stammen af van deze eerste laboratoriumratten en zijn dus in meer of mindere mate een “inteelt”ratten. Een gedomesticeerd dier en zeker de variëteiten daarvan kunnen namelijk niet ontstaan zijn zonder inteelt. Inteelt is lang niet altijd schadelijk als het maar met beleid wordt toegepast. Hieronder een beknopte uitleg over wat inteelt inhoud.

Inteelt is het aan elkaar paren van nauw verwante dieren, bijvoorbeeld moeder/zoon, vader/dochter, broer/zus en halfbroer/halfzus.
Het gaat hier om het paren van dieren die meer verwant zijn dan de gemiddelde populatie. Voor rattery’s/fokkers is het een nuttige manier om eigenschappen in een variëteit vast te leggen. De stambomen van sommige ratten geven aan dat vele van de voorouders nauw verwant zijn.
Prijsratten zijn altijd vaker gevraagd voor dekkingen of nakomelingen aangezien ze de goedkeuring van de keurmeesters op rattenshows kunnen wegdragen.
Om ratten te krijgen die zo goed mogelijk voldoen aan de standaard paren rattery’s/fokkers gewoonlijk dieren met elkaar die verwant zijn en die dezelfde eigenschappen bezitten. Na verloop van tijd, soms zelfs al na een of twee generaties zijn die eigenschappen grotendeels homozygoot (genetisch uniform) aanwezig en veel nakomelingen van het ingeteelde dier erven de genen voor deze eigenschappen. Fokkers kunnen dan enigszins voorspellen hoe de nakomelingen er uit zullen zien. Inteelt echter geeft mogelijke problemen. De beperkte genenpoel die veroorzaakt wordt door voortdurende inteelt betekent dat schadelijke genen wijdverbreid worden en de variëteit zijn sterkte verliest. Laboratoriumdierenleveranciers vertrouwen hierop om uniforme stammen van dieren te verkrijgen die fokzuiver zijn voor een bepaalde eigenschap of probleem zoals bijvoorbeeld epilepsie of kanker. Zulke dieren zijn zodanig ingeteeld dat ze genetisch identiek zijn, iets wat normaal alleen voorkomt bij tweelingen.
Daarentegen kan een gecontroleerde mate van inteelt gebruikt worden om gewenste positieve eigenschappen vast te leggen.

Lijnteelt is een term die niet gebruikt wordt door genetici, maar die komt uit de rattery/fokkerswereld. Lijnteelt is volgens genetici nog steeds, hoewel in een mindere mate, een vorm van inteelt, het fokken met dieren van dezelfde familie en houdt ook in neef/nicht, tante/neef, oom/nicht, en grootouder/kleinkind. Het wordt verder gecompliceerd door het feit dat de halfbroer van een rat ook haar vader of opa kan zijn!

Uitkruisen heet het wanneer de twee ouderdieren volkomen onverwant zijn. In stamboomterminologie betekent dit vaak dat er geen gezamenlijke voorouder voorkomt binnen 4 of vijf generaties op de stamboom. In dieren met een kleine genenpoel is aan deze vereiste moeilijk te voldoen.
De discussie over de zuiverheid van een variëteit gaat vaak volgens deze regels: Moet een type gebaseerd zijn op genotype (welke genen het geërfd heeft) of volgens fenotype (uiterlijk, ondanks een uitkruising 4 generaties geleden).
Een mogelijkheid om inteelt te verminderen (maar niet uit te bannen) en het verlies van levenskracht te beperken is door 2 à 3 generaties lijnteelt toe te passen en daarna uit te kruisen met een onverwante lijn (of soms een onverwante variëteit) om weer levenskracht terug te krijgen en genetische verscheidenheid. Echter met de nadruk op fokken op type en concurrentie op de showtafel (en bij de verkoop) wordt de goedgetypeerde rat meer en meer gebruikt en zal het steeds moeilijker worden een echt onverwante lijn te vinden.
Inteelt is een tweezijdig snijdend zwaard. Aan de ene kant is een zekere mate van inteelt nodig om bepaalde eigenschappen vast te leggen of te verbeteren en zo uitmuntende individuen te verkrijgen. Aan de andere kant beperkt overmatige inteelt de genenpoel zodanig dat de variëteit levenskracht verliest.
Nieuwe variëteiten in een vroeg stadium van ontwikkeling zijn het meest kwetsbaar omdat er kleine aantallen dieren zijn en de ratten vaak nauw verwant zijn. Het is aan de verantwoordelijke rattery/fokker om een balans te vinden tussen inteelt en uitkruisen met niet verwante ratten om de algemene gezondheid van de lijn of de variëteit te behouden.