|
|
- Controleer regelmatig de vacht op ongedierte,
wonden, bulten/gezwellen en kale plekken.
- Kijk regelmatig even in de oren of er geen
korsten in zitten (oormijt).
- Zorg dat de nagels en tanden van de rat niet
te lang worden, knip ze of laat ze door een dierenarts knippen.
- Houdt de ontlasting in de gaten (diarree);
bij aanhoudende diarree een dierenarts raadplegen.
- Weeg en betast de rat regelmatig. Zo kunnen
bulten of kale plekken ontdekt worden. Was de handen goed na ieder
contact met de rat of zijn omgeving.
|
|